Kip ik heb je!

Thuis hebben wij kippen. Vroeger was ik wat angstig voor kippen. Ik was er niet mee bekend. De eerste 15 jaar van mijn leven zag ik zo’n beestje alleen op de kinderboerderij waar ik niet regelmatig kwam en anders in een iets minder aangename staat bij mijn vader op zijn bord.

Toen ik op kamers ging in Barneveld voor mijn studie tot paraveterinair kwam ik deze goed gevederde types voor het eerst echt tegen. Bij ‘kippenles’. We zagen vooral plaatjes en zaten urenlang aan de taaie theorie. Dat is makkelijk, want er fladdert en kraait tenminste niets. We leerden het hele beestje kennen, van ei tot kuiken, van kuiken tot kip. Alle ziektes kwamen voorbij, de voortplanting, de anatomie, de ‘industriekip’. Er werd alleen bij mij nog niet echt interesse voor aangewakkerd.

Mijn eerste ontmoeting met zo’n gedomesticeerde dinosaurus was tijdens mijn weekenddienst dierenverzorging. Waar we allemaal 2x per jaar verplicht moesten komen om alle honderden dieren die de school onder haar dak had, van eten te voorzien.

Toen ik me ’s ochtends om 07.00uur netjes melde op de boerderij en ik me net bedacht dat ik níét ingedeeld wilde worden bij de vogels hoorde ik de leraar zeggen; ‘Shelley, jij mag vandaag voor de kippen, de duiven en de watervogels zorgen. Oh en doe handschoenen aan als je bij de hennen de eieren weg moet halen want ze pikken gemeen. Oh en als je bij hok 3 en 24 naar binnen wilt, kijk dan uit voor de hanen. Ze zijn nogal agressief en vorige week kon een medestudent naar de dokter omdat de sporen in haar been stonden.’

Yes, ik heb er zin in. Met enige argwaan ben ik aan de slag gegaan. Drie uur later, met schrammen en een hartslag van 200 slagen per minuut kwam ik weer terug. Leuk hoor die school, die vertelde dat er 400 rassen kippen bestaan en trots zijn dat zij er wel 75 van hadden!

Stom eigenlijk, ik heb me op dat moment, door het onbekende, door die aanvaringen en de verkeerde instelling, helemaal niet verdiept in het fenomeen kip. Ik heb ze niet de kans gegeven om zich te laten zien, zodat ze mij konden overtuigen dat ze veel meer zijn dan gekleurde, veder dragende tokkies die gehouden worden voor hun vlees en eieren.

Toen we na weken eindelijk aan de praktijkdagen gingen beginnen waarin we moesten toezien hoe de hanen kuikens door de shredder geduwd werden, was ik er wel klaar mee.

Ik heb de kip weggestopt. Ik heb er nooit meer iets mee gedaan. Ik heb ze overigens ook nooit gegeten. Ik ben een die hard vegetariër van het eerste uur. Nee, over mijn dierenhart kan niemand iets zeggen. De honden en katten trokken mij gewoon meer, maar waarschijnlijk omdat je daar gewoon over struikelt hier in onze wereld. Die zijn niet uit het straatbeeld weg te denken en bovendien ben ik daarmee opgegroeid.

Toen mijn vriend en ik een paar jaar geleden besloten dat er een stuk grond gekocht moest worden om ons te kunnen onttrekken aan de toch wat drukke omgeving waarin wij wonen, bedachten wij dat een paar beestjes daar toch wel leuk zouden zijn. Het land is groot en er kruipt nogal wat rond aan insecten. We zochten iets waar we rustig naar konden kijken, wat niet te veel verzorging nodig had en wat zich uiteraard staande kon houden in de vrije natuur. De gang naar de kip was al snel gemaakt.

Ik besloot het een kans te geven. Allereerst om mijn diepgewortelde onzekerheid (of vooroordeel) te overwinnen en om de kip mij te laten overtuigen van zijn ‘zijn’.

Via de buurman kochten we kuikens. Zeven kleine gele pluisjes keken mij heel liefdevol aan. Ja, dat is natuurlijk niet te weerstaan! Ook hadden we nog een jonge haan gescoord….’Voor € 2,50 mag je hem hebben want hij is te lelijk om te houden’. Als mensen zoiets tegen mij zeggen dan kan ik het sowieso niet laten om ze mee naar huis te nemen en de liefde voor dit dier was dan ook al gelijk aanwezig. Mazzelaar.

Vanaf het moment dat ze allemaal in ons zelfgebouwde, voor sommige mensen iets te groot (kan dat?) uitgevallen kippenhok zaten was ik geïntrigeerd door die beesten. Wat begon van magere, vormeloze wezentjes op gele sprietjes met zielige ‘pieppiep’ geluidjes, bloeide uit tot mooie, trotse ballen veer met weergaloze karakters. Deze kanjers van beesten hebben mijn hart gestolen. Onze bedoeling van het houden van de kippen was, dat ze vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen. We hebben wel een nachthok voor ze, broedkisten, een onmogelijke ren met allerlei speel attributen en klimbomen, een soort balorig 2.0, waar ze ten alle tijden veilig in kunnen gaan als ze dat willen. Maar de deur naar de natuur staat altijd open. Daar hebben ze 700 m2 grond tot hun beschikking, met gras, met bebossing, met struiken en water. En laat dat nou net hetgeen zijn wat kippen nodig hebben om hun echte ‘zijn’ te laten zien.

Deze dieren zijn fantastisch. Ze hebben vele verschillende soorten geluiden waarmee de groep met elkaar communiceert. Diverse ‘tok’ ‘tok’ en ‘aaaaai aaai’ passeren de revue. Ze overleggen, ze bepalen de rangen en standen, ze nemen de dag met elkaar door, zoeken samen naar eten, helpen elkaar en maken elkaar het leven zuur. Ze hebben een dagritme, vaste gewoonten, lievelingseten en een meer dan aanwezige nieuwsgierigheid. Ze zijn de Sherlocks Holmes onder de vogels en de hennen die broeds zijn, overtreffen de menselijke XX-chromosomen bij hun maandelijkse frustraties. Heel even komt dan de praktijk verzorging dag van de boerderij in Barneveld weer boven.

En dan Beetle, onze haan, die je nooit kunt missen als je bij ons het land op loopt, kraait je goedemorgen. Met zijn immense voorkomen, zijn ego tot aan het plafond en zijn weelderige witte verenpak verzorgt hij zijn meisjes.

Elke vrije minuut van de dag, ga ik naar ze toe om ze te observeren. Ik word er rustig van, ik geniet van de enorme wereld van zo’n klein beestje, ik bedenk me waarom er nog maar weinig mensen zijn die dit zo kunnen aanschouwen en de tijd nemen om deze dieren te leren kennen. De subtiele communicatie onderling, de duidelijke regels en pikorde waar iedereen zich, op welke plek dan ook, prima in lijkt te schikken.

Van alle beesten die ik in mijn omgeving heb, die ik verzorg en waar ik mee werk, is er niemand zoals de kip. Zij openen mijn ogen. Omdat ik tot de diersoort ‘mens’ behoor, die helaas de eigenschap heeft om snel te oordelen, die makkelijk een mening vormen (die trouwens vaak niet eens altijd door zichzelf bedacht- en gemeend is) heb ik deze toppertjes nooit eerder ontdekt. Wij zijn ook een ster in het omzeilen van onze angsten en….. onbekend maakt onbemind.

Mijn zoektocht, mijn ‘stapje naar rechts’, mijn drang om steeds iets nieuws te ontdekken, heb ik geleerd vanuit mijn werk. Bij de Tellington TTouch training leren we om vooral geen verwachtingen te hebben van het dier, geen plan op te stellen aan de hand van een verslag en te observeren zonder oordeel. Hierdoor, kunnen de dieren laten zien wie ze zijn en hoe ze zich voelen. We geven om elk individu. Niets mooiers om het stukje natuur in elk dier terug te vinden. Ze te laten leven zoals ze horen te leven, te respecteren wat ze nodig hebben en…ze te bewonderen. Geef ze een kans!

Kip ik heb je!